Apparentia - Clarisse M
at: Plus One Projects, Antwerp, May 2025

Het beeld: unieke, kostbare verschijning, ook al is het maar iets kleins, iets wat brandt, iets wat valt.

- Walter Benjamin

PRELUDIUM

Eind 2023, in de laatste maanden van haar korte leven, leer ik het verhaal en het werk van Clarisse M kennen. Ik bereid op dat moment een groepstentoonstelling voor rond het empatisch vermogen van beelden. Dirk Braeckman raadt me aan om eens naar haar foto’s te komen kijken in zijn atelier, omdat ze precies over die thematiek gaan. Dat staat nog op haar bucket list, zegt hij, deelnemen aan een expositie. Dirk vertelt me over Clarisse, nog maar negentien jaar jong, die hij onder zijn artistieke hoede heeft genomen. Over haar uitzonderlijk kunstzinnig talent, fijngevoeligheid en voortdurende zoektocht naar schoonheid. Maar ook over haar strijd met mentale gezondheid, lichamelijke kwetsbaarheid, langdurige opnames in de psychiatrie en traumatiserende ervaringen met klinische behandelingen. Hoe ze sinds 2020 wél goed opgevangen wordt op een zorgboerderij en steun vindt in de onafscheidelijke band met assistentiehondje Miro, haar levenslijn en de “M” in haar kunstenaarsnaam. Dat sterkt Clarisse om lessen fotografie te gaan volgen. Experimenteren met de camera blijkt voor haar de juiste aanjager om in alle vrijheid haar ongebreidelde fantasie, diepste zieleroerselen en koortsachtige drang tot creëren uit te drukken. Nu ze de wereld confronteert doorheen de lens lijkt ze ook beter bestand tegen de voortdurende wisselstroom tussen maatschappelijke verwachtingen en het fragiele proces van zelfontwikkeling.

Clarisse’s intrigerende maar ook turbulente ervaringswereld komt tot leven in de suggestieve beelden die daar voor me liggen, op Dirks studiotafel. Zelfportretten in verschillende gedaantes en graden van herkenbaarheid. Lange belichtingstijden trekken als een adem door de opnamen en vervagen Clarisse tot een droomachtige verschijning. Midden in een greep zonder houvast wordt haar lichaam rondgewenteld, omgedraaid, neergetrokken, meegesleurd, in twee gespleten, verdampt tot een wervelende, abstracte vorm. Al ontwikkelen Clarisse’s zelfportretten zich vaak traag, toch stralen ze een urgentie en nervositeit uit. Ook Miro verandert meermaals in een onscherpe schim. Hij doet me denken aan het dynamische schilderij van een wandelend hondje door futurist Giacomo Balla. Beweging gecapteerd in een stilstaand beeld. Er zijn nog visuele elementen die regelmatig terugkeren. Spiegels. Duisternis en nacht. Stofjes op de camerasensor die het beeld bevlekken als krasjes op het geheugen. Kreupelhout. Fragmenten van grafische patronen, hier sensueel zacht, daar ongenadig scherp gefotografeerd. Sluiers en drapages. Het blinkende reliëf van texturen die fel flitslicht reflecteren, als gelooide huiden. De sfeer is unheimlich, wonderlijk, adembenemend.

Ik ben onder de indruk en vraag Dirk of ik haar mag contacteren. Per mail dan want telefoneren of persoonlijk afspreken is voor Clarisse te moeilijk. Ik ben benieuwd naar wat empathie met en door beelden voor haar betekent. “De toeschouwer voelt mee met de belevingswereld van de kunstenaar, die erin slaagt de essentie weer te geven in wat niet wordt getoond of uitgesproken,” schrijft ze. Clarisse wil graag deelnemen aan de tentoonstelling en we kiezen vanop afstand drie zelfportretten om te exposeren: Concitara, Cataracta, Mirabilis. Waarom ze Latijnse titels gebruikt, vraag ik. Omdat ze op school zo graag de verhalen van de klassieken heeft gelezen, laat ze weten. Vooral dan Marcus Tullius Cicero en wat hij over vriendschap, eerlijkheid en de kunst van het spreken te vertellen heeft. Ik kijk met zijn blik op menselijke psychologie en emotioneel welzijn als leidraad naar haar beelden. In Gesprekken in Tusculum, dat Cicero schrijft terwijl hij rouwt om de dood van zijn dochter, filosofeert hij over wat de mens nodig heeft om gelukkig te leven maar ook om er op een goede manier afscheid van te nemen. Hoe kunnen wij omgaan met pijn, angst, depressie? Is de dood per definitie een kwaad dat we moeten vrezen? Op zulke existentiële vragen tracht Cicero open antwoorden te geven. Merkwaardig genoeg doet hij dat in de opgetekende gesprekken via zijn alter ego “M".

Clarisse stuurt me enkele spreads uit Pars-de-Suite. In de tekst op het schutblad stelt ze haar eerste fotoboek voor als een uitnodiging om rustig te dolen en van de ene indruk naar de andere te flaneren, “in het hoefspoor van traag tikkende paardenbenen”. Dat onthaasten is belangrijk voor haar in een wereld waar alles voorbijraast. “Wacht gerust. Nog even. Voor je deze pagina omslaat…”

We besluiten het idee om Pars-de-Suite in de expositie te tonen als een digitaal flipbook te laten varen. Het werk heeft immers de trage gebaren van manueel bladeren nodig en de aandachtsboog die hierdoor ontstaat.

Ik schrijf een korte introductie over Clarisse’s werk voor het tentoonstellingsboekje, zonder in te gaan op haar meest intieme conflicten:

“Voor Clarisse M schuilt empathie vooral in het vermogen om tussen de lijnen te kijken van wat de ander ons toont. Dat is ook een belangrijke drijfveer achter haar fotografisch werk. In haar enigmatische zelfbeelden creëert ze niet alleen een persoonlijke mentale ruimte maar ook een klankkast waarin we als toeschouwer onze verbeelding, identiteit en gevoelsleven kunnen laten resoneren. De Latijnse titels die ze geeft aan de drie zelfportretten die hier getoond worden – Concitare, Cataracta, Mirabilis (2023) – drijven het raadsel op. Tegelijk openen ze ook een lijn naar klassieke verhalen met tragische protagonisten en archetypische plots. Clarisse M plaatst zo haar persoonlijke zoektocht binnen de grotere existentiële queeste van de mens naar de condition humaine. Door het gebruik van lange belichtingstijden portretteert ze zichzelf als een zweverig en semi-transparant silhouet dat nooit helemaal lijkt te materialiseren. In die tussenverschijning van het lichaam herkennen we een mooie link naar het concept van l’informe dat de surrealistische avant-gardefotografen omarmden. Ook Clarisse M wendt optische technieken aan om haar lichaam te vervormen, te vervreemden of op te lossen. Het gebaar suggereert een soort duizeling waarin alle ratio overboord wordt gegooid en zowel het individu als het beeld in vrije val is. Op die manier creëert ze een toestand waar geest en materie in elkaar overvloeien en de toeschouwer tussen de lijnen kan kijken.”

Clarisse leest het tekstje na. Ze vraagt of ze er eventueel stukjes uit mag gebruiken in haar volgend fotoboek. Ja, natuurlijk mag ze dat. Ik stuur haar een uitnodiging voor de opening. Pro forma, want zo’n verplaatsing en drukte zijn voor Clarisse fysiek en mentaal niet haalbaar meer. Ze heeft met al haar energie gestreden om te kunnen leven, maar verliest uiteindelijk de ongelijke strijd. Het staat eigenlijk al van in het begin vast dat Clarisse de tentoonstelling nooit zal bezoeken. Dat ze haar tweede boek, Post Scriptum, wellicht niet meer zal afronden. De datum van haar euthanasie nadert snel. Er moeten belangrijker dingen geregeld worden. Alles wat bij een herdenkingsdienst komt kijken. Haar artistieke nalatenschap. Afscheid nemen van de mensen die haar heel graag zien en bijstaan. Van Miro.

Ik mail foto’s van haar drie zelfportretten als ze net in de exporuimte hangen. Het licht moet nog bijgesteld worden, zeg ik, maar de opnamen geven toch al een goed overzicht van de accrochage. Ik bedank haar voor de kans om de werken te tonen. Dat is wederzijds, antwoordt ze. Ze is blij met de zaalbeelden en wenst me veel succes met de opening. Ze heeft het moeilijk in deze periode van wachten. Ze heeft nog zoveel ideeën om foto’s te maken. Het is de laatste keer dat ik iets van Clarisse verneem.

APPARENTIA

Anderhalf jaar na Clarisse’s overlijden wordt een eerste solotentoonstelling met haar werk georganiseerd in PLUS-ONE Projects: Apparentia. Verschijning. Dirk Braeckman stelt ze samen. Hij is één van de bezielers van de Clarisse M Foundation, de vzw die het artistieke nalatenschap van Clarisse beheert en uitdraagt naar het brede publiek. Op haar verzoek gaat alle mogelijke opbrengst naar de financiële ondersteuning en opleiding van assistentiehonden voor psychiatrische patiënten, de Miro’s van de toekomst.

Dirk vraagt me of ik een tekst voor het project wil schrijven. Hij stuurt een brede selectie beelden waarvan er ongeveer twintig in de tentoonstelling te zien zullen zijn. De meeste ken ik, enkele zijn onlangs door Dirk uit Clarisse’s archief gekozen en dus nieuw voor mij.

Ik vraag me af of deze foto’s me nu iets meer kunnen vertellen over Clarisse dan voorheen. Of ik met andere ogen naar haar werk kijk door dat aangekondigde verlies van zo’n jong, uniek talent. Wat me wellicht het eerst treft is hoe sterk het verhaal van Clarisse voor mij verknoopt is met fotografie. Het is niet voor niets dat ze dit medium gekozen heeft. Beide delen een (over)gevoeligheid voor licht en indrukken. Clarisse vertoeft ook graag op de rand van wat fotografie zichtbaar kan maken. In de buurt van het verdwijnpunt. Van de zelfverdwijning. Haar lichaam is een tijdelijk medium. Fotografie is een medium van de tijd. Het lange openhouden van de sluiter reveleert esthetische dimensies die enkel de camera kan blootleggen. Waar materie detail wordt, licht ademt, het lijf ontbindt. Daar hoopt Clarisse te vinden wat ze zoekt. Haar lens legt stilstand en beweging vast. Meestal staat alles stil in de foto behalve Clarisse. Van haar beeltenis blijft amper iets over. Hoe meer ze beweegt, hoe onzichtbaarder ze wordt. Maar in die verdwijning schuilt steeds een nieuwe, verrassende verschijning. Een apparentia. In de weigering van Clarisse om zich te plooien naar de resolute suspensie van beweging en tijd door de fotografie, vind ik haar beleving en bezieling terug. Herken ik een vorm van creatief verzet tegen de norm. Clarisse’s verdwijning voltrekt zich nooit definitief. Ik kan keer op keer kijken naar hoe zij naar de dingen kijkt. Ook al bestaat het wervelende meisje op de foto al in het verleden. “Leven/Dood; het paradigma wordt gereduceerd tot een eenvoudige klik, die de oorspronkelijke pose loskoppelt van haar blijvende afbeelding”, schrijft Roland Barthes in Camera Lucida. De fotografie heeft van nature een postume relatie met iedereen die ze portretteert. Kijken naar een fotografisch (zelf)portret is steeds een reconstructie of herschrijving in het heden van dat oorspronkelijke opnamemoment. Er is altijd sprake van die dubbele temporaliteit, maar hier is dat besef wel heel (ver)bindend. Clarisse nestelt zich als een apparentia in mijn eigen geschiedenis en gemoedsleven. En wellicht in de vele observaties en reflecties van andere kijkers met en na mij. Ook wij zoeken antwoorden op de lokroep en het schrikbeeld van het eindig-zijn. Zo blijft het verhaal van Clarisse niet alleen als een navoelen aanwezig maar leeft het ook voort. Iterum atque iterum.

- Dominique Somers, maart 2025

Image © Clarisse M Foundation

Previous
Previous

Lucciole - Edith Bories & Liesbet Grupping (2025)

Next
Next

Agents of Concern: Images and Empathy (2024)