00A 
Dominique Somers publiceert in DWB een fragment van haar recent fotografisch werk 00A. De titel verwijst naar de toevallige eerste opnamen op analoge filmstroken. Het is ondertussen bijna archeologie: bij het aanbrengen van de kleinbeeldfilm in de camera klik je de negatiefstrook een paar keer door tot aan de onbelichte strook. Precies die eerste, blinde wegwerpshots om het apparaat te laden voor het échte werk verzamelt Dominique Somers al jaren. Van de oude filmrolletjes in hun zwarte hulzen interesseert haar enkel het eerste ‘automatische’ beeld, dat ze zich toeëigent, inscant en monteert in de reeks 00A. Ze keert het gebruikelijke handelen om; knipt weg wat de fotograaf doelbewust heeft willen vastleggen en behoudt wat hij geen blik waardig acht. Deze omkering lag ook aan de basis van Somers’ film Rejected archives uit 2005, waarin ze historische foto’s die niet in de collectie van het Antwerps FotoMuseum worden opgenomen op een steeds instortende stapel gooit.

Somers weet haar artistieke praktijk als postconceptueel kunstenaar op een interessante manier te verbinden met haar werk als collectiebeheerder en curator in het fotomuseum van Antwerpen. De ready-made, het gevonden beeld dat ze een tweede leven en een nieuwe betekenis geeft, is wel vaker het vertrekpunt van haar werk. Ze is als archivaris bovendien vertrouwd met de poëzie van de onverwachte, werkelijke vondst: het beeld dat ons toevalt waar we het niet verwachten.De quasi-abstracte zwart-witbeelden in deze fotokatern laten zich niet lezen als reproducties. Ze zijn het resultaat van een kijken zonder een ‘ik’, van buiten uit. Onbevangen waarnemen niet gehinderd door betekenis, ideologie, codes of retoriek. Kijken tot hetgeen we denken te zien vreemd wordt, tot we het niet meer weten. Het beeld is abstract in de zin dat de figuratie niets te zien geeft, of toch geen beeld van de realiteit zoals we die herkennen volgens de conventies van beeldende representatie van de visuele media. Beschouwd vanuit de traditionele functies van fotografie als werkelijkheidsweergave en communicatie, en getaxeerd volgens de normen van de creatieve fotografische esthetiek zijn deze foto’s mislukt: niet gericht en onscherp, schots en scheef, te dichtbij of te veraf, over of onderbelicht … Maar voor Somers begint elke artistieke omgang met fotografie net bij de fout, bij de hapering in het beeld. Ze verwijst daarbij zelf naar de bekende uitspraak over het falen als bestaansvoorwaarde van Samuel Beckett: “Ever tried. Ever failed. No matter. Try again. Fail again. Fail better.
Het minimalistisch werk van Dominique Somers heeft een conceptuele onderbouw, maar de verschuiving van een subjectieve en expressieve kunstopvatting naar meer afstandelijke en procesmatige beeldende technieken refereert ook aan modernistische visies. De abstracte patronen in 00A doen onwillekeurig denken aan fotogrammen zoals Bauhauskunstenaar Moholy-Nagy ze definieerde: ‘abstract seeing by means of direct records of forms produced by light”. De surreële aspecten van deze beelden herinneren dan weer aan de subversion des images en de écriture automatique van de surrealisten. Maar deze beelden zijn ook in de meest letterlijke zin abstracties: het Latijnse Abstráhere betekent weglaten. Het weglaten van alle niet-essentiële informatie om meer fundamentele structuren zichtbaar te maken. Precies in het loskoppelen van de camera van het oog wordt de fotografie gereduceerd tot haar wezenstrek: een opnameprocédé waarbij licht wordt ingeschreven op een lichtgevoelige drager, zonder menselijke interventie. De automatische opname maakt zo zichtbaar wat meestal verborgen blijft: iets van de substantie van het medium los van het subject. Hubert Damisch schrijft in een mooie fenomenologische analyse van de eerste beelden die Nicéphore Nièpce in 1822 vastlegt op het glas van de camera obscura over de verschijning van a photographic substance distinct from subject matter (Five Notes for a Phenomenology of the Photographic Image, in October 5, 1978) Ook in de 00A beelden wordt iets opgelicht van de voorwaarden van de productie van beelden door het fotografisch dispositief. Datgene wat voorafgaat aan de afbeelding. Het nulpunt van de foto. De materialiteit van de drager, de grofkorrelige textuur, het ontbreken van perspectief en andere vervormingen eigen aan de lens en de constructie van de zwarte doos zelf.  Volgens Damisch wordt fotografie kunst “each time, in practice, it calls into question its essence and its historical roles, each time it uncovers the contingent character of these things, soliciting in us the producer rather than the consumer of images…”
Dominique Somers is gefascineerd door de ruis in het beeld, meer dan in de boodschap. Ze zoekt de glimp van wat altijd aan onze blik ontsnapt, het vluchtige beeld uit de ooghoek, de zijdelingse optiek tussen twee  doelgerichte foto’s in. Net door het verlies van controle, focus en doelmatigheid wordt de esthetiek van het optische instrument zelf - de camera - zichtbaar.
Het gehele oeuvre van Dominique Somers – dat naast fotografie ook video, tekst, tekeningen, installaties en objecten omvat - is een speels onderzoek naar de grenzen van de perceptie en van de technieken die we gebruiken om de werkelijkheid te duiden en vorm te geven. Zo liet ze de blinde vlekken van haar eigen ogen fotograferen in een oogkliniek in Antwerpen - Blind Spots of My Eyes (Left and Right) (2007), presenteert de afdruk van een leeg, bestoft glasnegatief uit 1945 - Dust, 1945-2010 . en projecteert in een carrousel 1 tot 80 pluisjes in diaraampjes.
Somers heeft iets van een verstrooide professor zoals ze experimenten uittest en toevalsprocessen genereert om tot beelden te komen die zichzelf maken en naar ze hoopt inventiever zijn dan degene die ze zelf kan verzinnen. Magnesium Flash #1 & 2 (2008) toont het residu van brandvlekken na het ontsteken van een oude magnesiumflits op doek.
Somers handelt als de bijziende detective op zoek naar bewijsmateriaal die de foto letterlijk als een spoor interpreteert van een fysisch gegeven. Mixed Fingerprints (2005) is de afdruk van een originele glasplaat van een diefstal in1940 met vingerafdrukken van de verdachte, vermengd met de vingerafdrukken van Somers. In verschillende tekeningen gebruikt ze de frottagetechniek om de texturen van muren en glazen af te pellen. En de cirkelvormige zwart-witprint met haar vingerafdrukken op de scanner transformeert ze tot The Universe Within One Billion Light Years (2005).
Haar ode aan de bevrijdende onvoorspelbaarheid van de Terra Incognita van elk scheppen is het wonderlijk en grillig grafisch werk Whistling a Lee Hazelwood Song through a Straw (2007), het resultaat van het fluiten van een luchtig deuntje door een strootje met inkt.
Dominique Somers (°1969) studeerde fotografie aan het KASKA  en HISK en werkt als curator en collectiebeheerder in het FotoMuseum Antwerpen, en in het informele platform voor hedendaagse kunst SECONDroom in Antwerpen. Ze doceert de geschiedenis van de fotografie en publiceert artikels over het fotografische beeld én haar beeldend werk in diverse boeken en tijdschriften. Recent was haar werk te zien in Veronica’s (internationaal fotofestival van Knokke-Heist, 2009), All that is solid melts into air: Niet Niets, (Stadsvisioenen festival MuHKA in Mechelen, 2009 ). Een solotentoonstelling Stand-In was te zien in Fst Forward in Antwerpen (2008).  In september 2010 exposeert Somers in Galerie Marion De Cannière te Antwerpen en in Croxaphox Gent.
Inge Henneman, in: DW B#4, 2010



00A
In the latest DWB portfolio, Dominique Somers publishes a fragment of her recent photographic work entitled 00A. The title refers to the accidental first exposures made on an analogue film roll. Nowadays this phenomenon has almost become part of an archeology of photography: when a 24 x 36 mm film is installed in the camera, one has to click a few times to forward the film to its unexposed starting point. Somers has been collecting these first, blind 'throw-away' shots to load the camera for several years. She is only interested in the first automatic image, which she appropriates, scans and assembles in the series 00A. Somers turns the usual procedure upside down: she cuts what the photographer wanted to register on purpose and preserves what he didn't consider worth-while. This switch of importance is also the basis of Somers' video Rejected Archives (2005). In this work she stacks historical photographs that were not included in the collection of the Photomuseum in Antwerp onto a pile. Due to its height and weight the stack eventually collapses and at that moment, the entire action starts all over again.
Somers is able to link her practice as a post-conceptual artist in an interesting way to her job as a curator and collection manager at the Photomuseum in Antwerp. The ready-made, the found image which she provides with a second life and meaning, forms a recurrent motive in her works. As an archivist she is familiar with the poetry of the accidental, true 'discovery': an image that reveals itself when it is least expected.
The almost abstract black-and-white images in this portfolio can not be regarded as mere reproductions. They are the result of a glance without a first person, a looking in from the outside. An unprejudiced perception that isn't hindered by meaning, ideology, codes or rhetorics; looking at something until what we see becomes unfamiliar, up to the point that we have no more idea about what it represents. The image is abstract in the sense that the figuration doesn't reveal anything. It doesn't show an image of reality according to the conventional representation methods handled by visual media. When looking at these pictures from a traditional standpoint on the functions of photography – as a form of communication and representation of reality – and on the aesthetic standards of the medium, they can be considered as failures: these photographs are out of focus, undirected, crooked and tilted, too far or too close, over- and underexposed. But to Somers, every aesthetic approach to photography exactly starts with the error or the hitch within the image. In this regard, she refers to the famous statement Samuel Beckett wrote on failure as a condition of existence: “Ever tried. Ever failed. No matter. Try again. Fail again. Fail better.”
Dominique Somers’ minimalist works are definitely embedded in a conceptual tradition. But the shift from a subjective and expressive artistic interpretation to a more distant and process-based use of visual techniques also refers to modernist visions. The abstract patterns in 00A automatically remind us of the way  Bauhaus artist Moholy-Nagy defined the technique of the photogram: “abstract seeing by means of direct records of forms produced by light”. The surreal aspects of these images bear resemblance to the subversion des images and the écriture automatique the surrealists employed. Furthermore, these images are also abstractions in the most strict sense of the word: the Latin word Abstráhere means to omit/to leave out. The omission of all non-essential information in order to make fundamental structures more apparent. Precisely by disconnecting the camera from the eye, photography is being reduced to its essential characteristic: a procedure to record light on a light-sensitive carrier, without any human intervention. The automatic shot thus makes apparent what is usually hidden: something concerning the substance of the medium, independent of the subject. Hubert Damisch writes in a beautiful phenomenological analysis of the first images Nicéphore Nièpce recorded in 1822 on the glass of a camera obscura about the appearance of “a photographic substance distinct from subject matter” (Five Notes on a Phenomenology of the Photographic Image, in October 5, 1978).
In the 00A series, part of the conditions concerning the production of images by means of photography is also being revealed: the moment preceding the image, the absolute zero of the photograph. The physicallity of the carrier, the grainy texture, the lack of perspective and other distortions inherent to the objective and the construction of the black box itself. According to Damish, photography becomes art 'each time, in practice, it calls into question its essence and historical roles, each time it uncovers the contingent character of these things, soliciting in us the producer rather than the consumer of images...'
Dominique Somers is fascinated by the noise rather than by the message in the image. She searches for e glimpse of what always escapes our gaze, the ephemeral and peripheral image, the oblique optic in between two consiously made photographs. Exactly by losing control, focus and efficiency, the aesthetics of the optical instrument itself - the camera - becomes visible. [...]
Inge Henneman, in: DW B#4, 2010